Kun jij rijden in de sneeuw? Doe de test!
Ontdek de bijbehorende producten

Kun jij rijden in de sneeuw? Doe de test!

Kun jij rijden in de sneeuw? Doe de test!


Koning winter is weer in het land en daarmee ook de sneeuw en de vrieskou. Weet jij hoe je moet reageren in alle omstandigheden op spiegelgladde wegen? Doe de test!

Weet jij hoe je moet rijden op gladde wegen?

Geef een antwoord op 5 korte vragen en ontdek hoe goed/slecht jij bent!


Ik doe de test!

5 goede reflexen om de controle over je wagen te houden in de winter


Nog meer dan anders is voorzichtigheid geboden in de winter. Je kent de 3 grote basisprincipes:

  • Traag en vlot rijden.
  • Anticiperen.
  • Winterbanden (laten) plaatsen.

Naast deze regels kunnen de volgende 5 tips het verschil maken op gladde, besneeuwde wegen.

  1. Houd in de file rekening met de ‘tweesecondenregel’!

    Wat is de veilige afstand tussen twee auto’s? Volgens de wegcode moet deze ‘voldoende’ zijn en ‘aangepast aan de omstandigheden’. Concreet is het aangeraden om 2 seconden te tellen tussen je eigen voertuig en het voertuig voor jou in normale omstandigheden. Als het vriest of sneeuwt, verdubbelt die regel, dus 4 seconden. Maar waarmee komen die vier seconden overeen? Dat hangt af van je snelheid.

    Minimale afstand als je rijdt aanNormaal wegdek
    (2 seconden)
    Regenweer
    (3 seconden)
    IJzel
    (4 seconden)
    30 km/u17 m25 m33 m
    50 km/u28 m42 m55 m
    70 km/u39 m58 m78 m
    90 km/u50 m75 m100 m
    120 km/u67 m100 m133 m

    Enkele voorbeelden

    • Je rijdt op de autostrade aan 90 km/u. 90 km gedeeld door 360 seconden = ongeveer 50 meter afstand bij een normaal wegdek (2 seconden) en 100 meter als er ijzel is (4 seconden).
    • Je rijdt 40 km/u op een kleine weg? 40 km gedeeld door 360 seconden = een beetje meer dan 20 meter bij een normaal wegdek (2 seconden) en bijna 45 meter als het gevroren heeft (4 seconden).

    Het gaat hier uiteraard om minimale veiligheidsafstanden.

  2. Ga op een helling naar een hogere versnelling

    Rijd in een laag toerental om te vermijden dat de wielen gaan slippen. In de praktijk betekent dat dat je een hogere versnelling kiest dan bij normaal weer. Deze tip geldt eveneens op een vlakke weg, die bevroren of besneeuwd is.

  3. Ga in een afdaling naar een lagere versnelling

    In de afdalingen geldt logischerwijze het omgekeerde. Je gaat naar een hoger toerental om grip te houden op de weg. Kies een lagere versnelling dan bij normaal weer. Rem op je motor in plaats van op de rempedaal te gaan staan om te vermijden dat je sneller gaat rijden.

  4. Anticipeer altijd op bochten

    Anticipeer op bochten in je traject door snelheid te minderen vóór de bocht en vervolgens zachtjes en zonder schokken verder te rijden. Als je moet remmen, doe dit dan geleidelijk: eerst op de motor, vervolgens met de rem.

  5. Als je toch aan het slippen gaat

    Rem niet en geef geen gas. Kijk in de richting waarin je wenst te gaan, laat het gaspedaal los en laat de wagen vanzelf snelheid minderen. Draai het stuur dan n de richting die je wil gaan. zo snel mogelijk in de richting die je wil gaan. Wilt u een slippende wagen voortaan controleren, volstaat deze theorie niet. Er komen veel aspecten bij kijken die een reflex moeten worden. Een slipinstructeur kan u deze aanleren. Oefening baart kunst. 

Verminderen